Philidor 2 doet zichzelf tekort in Alphen.

Zaterdag 5 november was Philidor2 erop gebrand om tegen ASC1 één of twee matchpunten te halen. Alphen stond net als wij op 2 matchpunten en allebei waren we al uitgekomen tegen titelfavoriet Leiderdorp 1. Winst zou natuurlijk zéér welkom zijn.
Onze Willem Jan van Briemen, die daar goed werk heeft gedaan, was uitgeleend aan Philidor 1. Wij hadden in Jonathan Vijver een niet te onderschatten jeugdlid als invaller. Super, Jonathan, dat je ná je voetbalwedstrijd nóg een wedstrijd wilde spelen, wel van een heel andere aard, maar over beide sporten kun je zeggen dat je over “velden” gaat…
Vol goede moed werd er gestart. Mijn tegenstander was 10 minuten te laat dus ik kon even ongestoord rondkijken. Geen stellingen waar binnen 10 minuten al tekening was te zien van voor- of nadeel.

Jan Aart van der Steen aan bord 2 had met zwart de op elopapier zwaarste tegenstander, zoals Michiel Vergeer zou zeggen. Jan Aart was zeer geconcentreerd, en deed met de zwarte stukken geen gekke dingen. De stelling was dermate in evenwicht, dat hier de eerste beslissing viel: remise! In mijn redenering gunstig voor ons. Een 2200+ – speler met zwart gelijk maken voelt als een soort winst. Dat was veelbelovend!

Wadim Sharshov aan bord 5 speelde met wit onbevreesd. De zetten kwamen er redelijk snel uit en het zag er goed uit. Tot het moment dat ik even langsliep. Ik was getuige van – in mijn ogen – een kleine ramp. Een onderste-rij grap ging niet helemaal goed en zorgde ervoor dat Wadim een toren kreeg tegen 2 lopers in een zeer open stelling. Het was dan misschien niet meteen verloren, maar stiekem telde ik de nederlaag wel al. Dat gebeurde ook niet veel later. Zwart creëerde een vrijpion in het centrum die altijd door de lopers ondersteund naar promotie ging.
Tot overmaat van ramp was Jonathan in een aanvankelijk goede stelling ook de draad kwijt geraakt. Jonathan leek een heel sterk centrum te hebben met pionnen op d4, e4 en f4, maar zwart kon het centrum aantasten waar ook nog de koning van Jonathan stond. Groot gevaar, dat paard stond op h2 toch niet echt lekker, pionnenverlies en einde partij. Zo stonden we dus met 0,5 – 2,5 achter.

Maar toen leek het tij te keren! Bert van der Marel aan bord 3 speelde remise, probeerde in een materieel gelijkstaand eindspel van dame toren en 4 pionnen tegen dame, toren en 4 pionnen nog te winnen op basis van activiteit, maar zwart keepte nauwkeurig. 1-3.
Ton Kohlbeck aan bord 8 is in de vorm van zijn leven! Hij kwam een kwaliteit vóór, moest nog wel even twee sterke lopers van wit temmen en kon met goede techniek de vis op het droge halen. Dat was 2-3! Het grote inlopen was begonnen! Heerlijk, Ton!

Eens even kijken hoe het er voor staat… Erik van de Plassche, onze nieuwe aanwinst aan bord 1, had een zware partij. Als hij nou eens remise hield? Jan van de Knaap stond op moment dat ik kon kijken bij zijn stelling óók goed. En laat ik zelf nou mijn verloren stelling (-2 volgens Fritz was de diepste score) via zorgvuldig spel en het zoeken naar activiteit en complicaties omgevormd hebben naar een (ik durfde het niet te denken) een gewonnen stelling.
Erik maakte inderdaad remise aan bord 1. Heel knap een eindspel met 1 pion minder, maar de activiteit van zijn koning zorgde voor genoeg tegenspel en remise werd een feit: koning plus toren tegen koning plus toren en pion: Erik had zó gemanoeuvreerd dat er een theoretische remise stond. Dat was 2,5 – 3,5. En er leken twee winsten aan te komen.
Je mag het alleen niet denken!!

Jan van der Knaap aan bord 6 vond namelijk niet het juiste plan. De stelling vereenvoudigde, er ging een pion aan en Jan verloor. Dat was een enorme domper. Na thuisanalyse zei Jan dat Fritz -14 aangaf op gegeven moment. Dat betekent: helemaal uit en zwart (Jan dus) geeft spoedig mat. Echt heel jammer, Jan, dat dat moment voorbijging, maar dat kan ons allemaal een keer gebeuren …

En het gebeurde mij óók, op dezelfde middag! Na dus verloren te hebben gestaan (mijn tegenstander met 2000+ elo had de stelling rond zet 26 toch moeten uittikken) kwam ik dus terug in de wedstrijd. Op zet 44 geeft mijn Fritz al aan: -2 (zwart staat dus echt heel goed tot gewonnen). Op zet 48 doe ik de winnende zet! -14! Het is helemaal uit dus. Wit staat helemaal aangekrant op de onderste rij. Maar toen …. In plaats van het winnende plan van pionnen snoepen na Dc2 (ik kon er door vele schaaks te geven drie ophalen en er per saldo één vóórkomen) denk ik een sneller plan te hebben. Die pion op e4 kan naar e3 en die loopt naar dame. Klopt, maar er komt een donderslag. Na wits Db1 dreigt er ineens mat op f5. Alles stort in. Geen tijd meer voor promotie. Ik heb nog tot zet 87 doorgespeeld in een open stelling van dames en pionnen. Misschien nog ergens een remise gemist. Ik heb nog vier pionnen nog opgesnoept, maar wit kon uit de schaaks lopen en zijn één na laatste pion laten promoveren. Ik gaf op. 2,5 – 5,5 verlies ipv de gehoopte 3,5 – 4,5 winst.

Een hele zure. Maar, toch nog lekker gechineesd in de Leidsche binnenstad. Meestal doet dat je ellende vergeten, maar deze pot hamerde langer door in mijn hoofd dan normaal. Hoe kon ik die winst nou hebben laten lopen? Jan van der Knaap en ik zijn deze week een beetje voorzichtig voor elkaar…

Binnenkort hopelijk een paar stellingen op de site uit deze wedstrijd!

Plaats een reactie (ja, graag!)