De teamleider

      Geen reacties op De teamleider

Er zijn van die functies die de meeste weldenkende mensen zullen weigeren. Bondscoach van het Nederlands voetbalelftal komt direct in mij op: enkele miljoenen Nederlanders die meer verstand van voetbal denken te hebben. Een goede tweede plaats moet die van teamleider zijn. Een rol waarvoor een duidelijke functieomschrijving ontbreekt; zoek het zelf maar uit.
Voor een tweede keer dit seizoen was onze vaste teamleider helaas verhinderd en in arren moede wierp ik mij op om dat klusje te klaren. Misschien dat het nog een keer van pas komt op een CV met vrijwilligerswerk. Waar bestaat zo’n rol dan mogelijk uit? Een passende omschrijving zou kunnen zijn:

  • Grote verantwoordelijkheid, slecht (= niet) betaald.
  • Verantwoordelijk voor de opstelling
  • Volgen van de wedstrijd: misschien snel remise spelen?
  • Mentale ondersteuning van de laatste eenzame strijder(s)
  • After care: rondjes bier afhandig gemaakt
  • Verslag schrijven, liefst enigszins neutraal; zo heeft iedereen volgende keer weer zin om mee te doen

Kortom, een redelijk stressvolle week voorafgaand aan de wedstrijd tegen LSG3. Doordat beide teams op zes matchpunten stonden geen onbelangrijke partij; met één of twee matchpunten extra kon de laatste ronde vrijuit gespeeld worden.

Een eerste stap naar succes is om een opstelling te bedenken. Dat is nog best een lastig proces; welke kleurverdeling aan te houden?, tegen welke tegenstander speel je liever wel of niet?, in hoeverre heeft de tegenstander rekening gehouden met onze opstelling? etc. LSG 3 is een redelijk homogeen team dat al een paar verrassende uitslagen op haar naam had. Naast met 2,5-5,5 winnen tegen De Amstel (nota bene met maar zes spelers!), werd recent tegen Leiderdorp, één van de favorieten voor de titel in 3E, gewonnen. Uiteindelijk besloten de opstelling om een paar kleine punten aan te passen. Nu maar hopen dat iedereen zijn favoriete tegenstander zou krijgen.

Dan de dag zelf, hoewel officieel een uitwedstrijd, voelde het DSC op 23 april als thuiskomen. Met maar liefst zes teams werd er op 52 borden strijd geleverd. Bij de bezoekende teams, o.a. uit Rotterdam, het Westland en Den Haag heel veel bekende gezichten.

Na zo’n drie kwartier ben ik gaan kijken of mijn opstelling het gewenste resultaat had. Het beeld was nogal gemixt. Aan bord 1 en 2 stonden Bert en ik zeeën van tijd voor, met allebei een prettige stelling. Op bord 3 had Wessel redelijk wat tijd nodig om de openingsbehandeling van Albert Termeulen goed op te vangen. Datzelfde was eigenlijk ook aan de hand op bord 5, waar Robin tegen Alisha Warnaar speelde. Tweemaal wit voor ons, waar je een plus uit de opening verwacht. Aan bord 4 zag Wadim zijn tegenstander optrekken tegen de koningsstelling. Bij Herman, aan bord 6, was een redelijk dynamische stelling ontstaan, waarbij op bord 7 er meer een loopgravengevecht bezig was tussen Jan en Marcel Wubben. Van bord 8 heb ik niet veel van de opening meegekregen, vooral door het veelkleurige shirt van de tegenstander van Willem. Over afleiding gesproken.

Dan de partijen; hieronder laat ik iedereen even zelf aan het woord, met wat uitgebreider commentaar van Bert en Robin.

Bord 2 – Jan Aart
Bij aanvang van de wedstrijd hoorde wij dat mijn beoogde tegenstander op weg naar de speelzaal een ongeluk op de fiets had gehad. De eerste berichten waren dat het niet heel ernstig was, en hopelijk dat Loek Veenendaal snel herstelt. In allerijl was Marco de Mooij (normaal LSG 5) opgetrommeld, waarmee toch nog een potje kon worden gespeeld.
Zoals hierboven aangegeven verliep de opening redelijk voorspoedig voor zwart. Na 10 zetten volgde Marco een wat ongelukkig plan, waarmee hij een paar zetten later echt in het nadeel kwam. Daarna was het vooral de taak van zwart om te voorkomen dat het voordeel niet te veel zou vervlakken door afruil van stukken. Uiteindelijk greep Marco mis bij een combinatie waar een lek in zat.

Bord 1 – Bert

Bord 7 – Jan
Ik mocht met wit aantreden tegen Marcel Wubben aan bord 7. Ik meende in een variant te zitten waarin ik een originele horizontale dekking met de toren over de derde rij van de koningsvleugel naar de damevleugel had. Ik hoopte de zwarte dame in moeilijkheden te brengen als Marcel een zet zou spelen die ik als onnauwkeurig inschatte, waardoor ik dacht dat ik veel beter zou komen te staan. Mijn tegenstander geloofde het en speelde wat anders. Het siliconen rekentuig geloofde er na de partij echter helemaal niets van en vond zwart in alle varianten beter staan na de “onnauwkeurige zet”.

Zoals Marcel het speelde, was echter ook goed. Ik bracht de toren van de koningsvleugel naar de damevleugel, en offerde de kwaliteit voor een pion en een paard op d6. Ik kon echter vrij weinig met deze octopus. Zwart speelde er omheen, opende de f lijn en kwam met zijn dame en toren mijn koning met een bezoekje vereren. Die had nauwelijks meer bescherming van pionnen en dat paard op d6 stond ook mooi buitenspel. Het was daarna vrij snel afgelopen. Ik moet die openingsvariant nog maar eens goed bekijken. Mijn resultaten zijn er de laatste tijd niet echt optimaal mee.

Bord 8 – Willem
Mijn tegenstander (wit) wist in een complexe stelling beter zijn weg te vinden en controleerde de stelling. Mijn pionopstoot en tegenspel over de c-lijn leverde niet veel op. Ik kon nog een pion meepikken, maar wit nam de aanval overnam en ging mat zetten.

Bord 6 – Herman
Ik kwam goed uit de opening en kwam gewonnen te staan (volgens fritz +2.3). Vervolgens won ik een pion, maar in de afwikkeling naar het eindspel, deed ik het fout. Wat volgde was een eindspel met aan beide kanten 2 torens, waarbij ik 3 pionnen had en mijn tegenstander had er 2.

Volgens Fritz was het vrijwel gelijk. Na een herhaling van zetten, besloten we tot remise.

Bord 3 – Wessel
Ben mijn notatieboekje kwijtgeraakt zaterdag, kan geen details over de partij noemen.
[hier maakt ons jeugdtalent zich er wel wat gemakkelijk van af. Zo zou deze teamleider waarschijnlijk de eerste 25 zetten wel kunnen reproduceren, op basis van de analyse die ik ook volgde. We zullen misstap maar met de mantel der liefde bedekken, in de hoop dat Wessel ook de laatste ronde nog mee wil doen….]

Bord 5 – Robin
Op bord 5 speelde ik met wit tegen Alisha van LSG. Alisha is ook lid van Philidor dus haar aanvallende speelstijl is bekend bij de Philidorleden. De opening begon erg rustig waarbij beide kanten relatief laat rokeerden en de structuur in het centrum vrij gesloten was door de pionformatie c4-d3-e4 tegenover c5-d6-e5. De partij ontbrandde doordat ik een enorme fout maakte in wat toch al een strategisch lastige stelling was.

Gelukkig voor mij kon ik nog afwikkelen naar een toreneindspel met een pion achter. Het eindspel was nog vrij lastig te winnen voor Alisha, door het gesloten karakter van de stelling en het sterke witte paard op d5.

Deze stelling was de kritieke stelling in de partij. Het leek erop alsof Alisha de stelling prima heeft uitgespeeld. Ze staat een pion voor en staat op het punt om met b5 de b-lijn te openen om de zwakke pion op b2 onder vuur te nemen.

Helaas slaagde ik na verdere interessante wendingen er niet in om het volle punt binnen te halen, maar na zo’n blunder op de zestiende zet mag ik toch tevreden zijn met een remise.

Bord 4 – Wadim
Ik belandde in een interessant middenspel. Ik kon een pion krijgen op c3, maar gaf wel daar mijn pion op h7 voor terug. Mijn tegenstander offerde een stuk om mijn koningsstelling open te breken. Daarna moest ik secuur blijven verdedigen. Rond de 40ste kon ik wat stukken ruilen en wat pionnen terugsnoepen. Uiteindelijk kon mijn pion van c3 doorstomen naar de overkant, waardoor ik de partij wist te winnen.

En hiermee haalde Wadim het zo belangrijke matchpunt voor ons binnen:

Hierna volgde nog een gezellige nazit in het centrum van Leiden, en geef ik het stokje weer over aan Frank. De volgende ronde verwacht ik dat we een sluitend antwoord krijgen op de vraag of 12, 28 of 42 nu het belangrijkste getal in het universum is.

Plaats een reactie (ja, graag!)